ECLI:NL:CRVB:2010:BM0722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.M. van der Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking WAO-uitkering en beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%, per 15 november 2005 in te trekken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische en lichamelijke beperkingen onvoldoende waren meegewogen.
De Raad stelde vast dat het onderzoek niet volledig was en benoemde een deskundige voor een psychiatrisch onderzoek. Appellant was niet verschenen en niet bereikbaar, waardoor de Raad de twijfel over zijn psychische belastbaarheid niet in zijn voordeel wegdeed. De medische stukken en arbeidsdeskundige rapporten ondersteunden dat appellant geschikt was voor bepaalde functies met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
Het UWV had een nieuw besluit genomen waarbij appellant alsnog voor 15 tot 25% arbeidsongeschikt werd beschouwd. De Raad vernietigde het eerdere besluit en verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen, omdat de langere behandelingsduur gerechtvaardigd was door het procesverloop en het gedrag van appellant.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellant werd vergoed. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 7 april 2010.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekkingsbesluit is gegrond verklaard, het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond, en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.