ECLI:NL:CRVB:2010:BM0720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAZ-uitkering wegens onvoldoende geschikte functies
Betrokkene, voormalig werkzaam in het agrarisch bedrijf van haar ouders, ontving sinds 1999 een WAZ-uitkering wegens rugklachten. Na meerdere herbeoordelingen en bezwaarprocedures werd de mate van arbeidsongeschiktheid door het UWV herzien van 80-100% naar 25-35%, later gesteld op 35-45%. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van 2 maart 2007, omdat de arbeidskundige grondslag onvoldoende was.
Na aanvullend onderzoek door een bezwaararbeidsdeskundige werden drie functies als passend beschouwd, waaronder schadecorrespondent. Het UWV stelde de arbeidsongeschiktheid opnieuw vast op 35-45%. De rechtbank vernietigde dit besluit en handhaafde de oorspronkelijke uitkering van 80-100%, omdat zij niet overtuigd was dat lopen, zitten en staan voldoende konden worden afgewisseld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de functie van schadecorrespondent medisch ongeschikt is vanwege de belasting van langdurig zitten, die niet in overeenstemming is met de belastbaarheid van betrokkene. Met het wegvallen van deze functie resteren slechts twee functies, wat onvoldoende is volgens het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot herziening van de WAZ-uitkering en handhaaft de arbeidsongeschiktheid van 80-100%.