ECLI:NL:CRVB:2010:BM0072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
In hoger beroep stelt appellant dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn huidige situatie en rugklachten, evenals met sociale omstandigheden zoals de verzorging van zijn gehandicapte zoon en zieke vrouw. De Raad oordeelt dat sociale omstandigheden niet relevant zijn voor de beoordeling van arbeidsongeschiktheid en dat appellant geen aanvullende medische informatie heeft verstrekt die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid zou rechtvaardigen.
Verder overweegt de Raad dat hoewel de functie van productiemedewerker mogelijk niet geschikt is vanwege fysieke belasting, er voldoende andere passende functies beschikbaar zijn. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd; geen recht op WIA-uitkering.