ECLI:NL:CRVB:2010:BL9742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag eervol wegens verstoorde verhoudingen zonder aanvullende vergoeding
Appellante was sinds 1972 werkzaam als leerkracht en vanaf 1989 verbonden aan een openbare basisschool. Na een onaanvaardbare taaktoedeling in 1997 ging zij met ziekteverlof en verrichtte sindsdien geen werkzaamheden meer. In 1999 werd haar bezoldiging stopgezet en in 2000 werd ontslag verleend, maar na bezwaar werden deze besluiten herroepen en het dienstverband hersteld.
In 2006 verleende het college eervol ontslag wegens verstoorde verhoudingen, met een ingangsdatum van 1 april 2006. Appellante vorderde in hoger beroep een aanvullende vergoeding omdat het college volgens haar overwegend schuldig was aan het conflict en de langdurige onzekerheid. De Raad concludeerde echter dat het college geen overwegend aandeel had in het ontstaan van de verstoorde verhoudingen en dat appellante jarenlang ongestoord haar bezoldiging ontving zonder werkzaamheden te verrichten.
De Raad oordeelde dat de rechtbank het bestreden besluit terecht in stand hield en geen aanvullende financiële tegemoetkoming hoefde toe te kennen. Ook was er geen grond voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt het eervol ontslag zonder extra vergoedingen.
Uitkomst: Het eervol ontslag per 1 april 2006 wordt bevestigd zonder toekenning van aanvullende vergoedingen.