ECLI:NL:CRVB:2010:BL9457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dienstbetrekking ondanks VAR-WUO door Centrale Raad van Beroep
Appellante exploiteert een rozenkwekerij en betwistte dat [D.] in 2005 in dienstbetrekking werkte, ondanks een correctienota van het UWV gebaseerd op de Belastingdienst die dit wel stelde. [D.] werkte met een VAR-loon in 2005 en later een VAR-WUO, waarop appellante zich beriep.
De Raad oordeelt dat de feiten en omstandigheden bepalend zijn voor het bestaan van een dienstbetrekking, niet de intentie van partijen. De deskundigheid van [D.] en het feit dat hij zich niet door een ander kon laten vervangen, wijzen op een verplichting tot persoonlijke dienstverrichting. Tevens was er een gezagsverhouding, omdat de werkzaamheden volledig geïntegreerd waren in de bedrijfsvoering van appellante en [D.] dezelfde werktijden had als andere werknemers.
De Raad stelt vast dat de VAR-loon van vóór 2005 rechtsgeldig was en dat de latere VAR-WUO dit niet verandert. Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Hoger beroep van appellante wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat sprake is van een dienstbetrekking in 2005.