ECLI:NL:CRVB:2010:BL8783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een UWV-besluit, maar het UWV kwam met een gewijzigde beslissing geheel tegemoet aan haar bezwaren. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot proceskostenvergoeding.
De Raad stelde vast dat het UWV met de nieuwe beslissing op bezwaar geheel aan de bezwaren van appellante had voldaan, waardoor intrekking van het beroep gerechtvaardigd was. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet kon de Raad het UWV bij afzonderlijke uitspraak veroordelen tot vergoeding van de schade en de proceskosten.
De proceskosten werden begroot op € 2.065,53, bestaande uit een forfaitaire vergoeding voor rechtsbijstand en kosten van medische rapporten. Niet alle kosten werden vergoed, zoals de factuur van het Leveste Scheper Ziekenhuis, vanwege het ontbreken van een schriftelijk onderzoeksverslag.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie over de wijze van berekening van de wettelijke rente en benadrukte dat het griffierecht reeds op grond van de aangevallen uitspraak door het UWV vergoed dient te worden. De uitspraak werd gedaan door rechter G. van der Wiel op 19 maart 2010.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten aan appellante.