ECLI:NL:CRVB:2010:BL8783

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-777 WAO + 06-1682 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:73 AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
14 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een UWV-besluit, maar het UWV kwam met een gewijzigde beslissing geheel tegemoet aan haar bezwaren. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot proceskostenvergoeding.

De Raad stelde vast dat het UWV met de nieuwe beslissing op bezwaar geheel aan de bezwaren van appellante had voldaan, waardoor intrekking van het beroep gerechtvaardigd was. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet kon de Raad het UWV bij afzonderlijke uitspraak veroordelen tot vergoeding van de schade en de proceskosten.

De proceskosten werden begroot op € 2.065,53, bestaande uit een forfaitaire vergoeding voor rechtsbijstand en kosten van medische rapporten. Niet alle kosten werden vergoed, zoals de factuur van het Leveste Scheper Ziekenhuis, vanwege het ontbreken van een schriftelijk onderzoeksverslag.

De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie over de wijze van berekening van de wettelijke rente en benadrukte dat het griffierecht reeds op grond van de aangevallen uitspraak door het UWV vergoed dient te worden. De uitspraak werd gedaan door rechter G. van der Wiel op 19 maart 2010.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten aan appellante.

Uitspraak

06/777 WAO
06/1682 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:73a en artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 9 januari 2006, 04/1304 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft J.R. Beukema, werkzaam bij Juricon Adviesgroep te Assen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 31 december 2009 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 6 januari 2010 heeft K. Abel, eveneens werkzaam bij Juricon Adviesgroep, namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en tot vergoeding van de wettelijke rente.
Bij brief van 8 februari 2010 heeft het Uwv te kennen gegeven zich te kunnen vinden in een proceskostenveroordeling overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht en het Besluit tarieven in strafzaken.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
In artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 31 december 2009 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoet gekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen in de vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van
1 november 1995, LJN ZB1495, gepubliceerd in JB 1995, 314.
De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Daarnaast komen de kosten van het uitgebrachte medische rapporten van het Whiplash Instituut Nederland en het Neurologisch Expertise en BehandelCentrum voor vergoeding in aanmerking. Gelet op artikel 2, eerste lid, onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht komt aan appellante bij een bestede tijd van 17 ½ uur een forfaitaire vergoeding toe van in totaal € 1421,53. Dit is gebaseerd op het voor een dergelijk rapport in artikel 1, eerste lid onder IV van de Wet tarieven in strafzaken van toepassing verklaarde Besluit tarieven in strafzaken vastgestelde maximale uurtarief van € 81,23. De factuur van het Leveste Scheper Ziekenhuis komt niet voor vergoeding in aanmerking aangezien hiervan geen schriftelijk onderzoeksverslag is overgelegd. De Raad verwijst in dit verband naar zijn uitspraak van 18 september 2002 (LJN AF0207). De proceskosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand alsmede het betaalde griffierecht in de procedure in beroep dienen reeds op grond van de aangevallen uitspraak te worden vergoed.
De Raad merkt op dat uit artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht in hoger beroep tot het Uwv kan wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van wettelijke rente als hiervoor is aangegeven;
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.065,53.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2010
(get.) G. van der Wiel.
(get.) T.J. van der Torn.
CVG