ECLI:NL:CRVB:2010:BL8599
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering en toeslag op grond van Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers
Appellante, geboren in 1938 te Soerabaja, diende in 2007 een aanvraag in voor een uitkering en toeslag op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde dat zij tijdens de Japanse bezetting was geïnterneerd met haar moeder en halfzusters en dat haar moeder was gefusilleerd.
Verweerster voerde onderzoek uit, waaronder het opvragen van gegevens bij het Nederlandse Rode Kruis en getuigenverklaringen, maar vond onvoldoende bewijs voor de door appellante gestelde vrijheidsbeneming en directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld. De aanvraag werd daarom afgewezen.
Appellante voerde in bezwaar aan dat zij tijdens de Bersiap-periode in een meisjesinternaat verbleef dat werd gebombardeerd en dat haar moeder daar werd doodgeschoten. Getuigen konden haar verblijf bevestigen, maar niet haar aanwezigheid tijdens de ongeregeldheden. De Raad concludeerde dat onvoldoende is aangetoond dat appellante als burger-oorlogsslachtoffer kan worden aangemerkt en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende is aangetoond dat appellante als burger-oorlogsslachtoffer kan worden aangemerkt.