ECLI:NL:CRVB:2010:BL8591
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vervolgde-uitkering wegens ontbreken causaal verband psychische klachten
Appellant, geboren in 1936 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg een vervolgde-uitkering aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat zijn psychische klachten het gevolg waren van het overlijden van zijn vader tijdens Japanse krijgsgevangenschap. Verweerster wees de aanvraag af omdat de klachten volgens een medisch advies niet direct aan het overlijden van zijn vader konden worden toegeschreven, maar aan de verstoorde relatie met zijn moeder.
In beroep voerde appellant aan dat ook het verlies van twee broers in de oorlog een ernstige impact had gehad. De Raad baseerde zich op het advies van een geneeskundig adviseur, die concludeerde dat het leven van appellant vooral werd bepaald door het claimende en chanterende gedrag van zijn moeder. Een causaal verband tussen het overlijden van zijn vader en de klachten werd als te speculatief beoordeeld.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit deugdelijk was voorbereid en gemotiveerd en dat verweerster gerechtigd was om grenzen te stellen aan het verband tussen oorlogservaringen en gezondheidsklachten. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vervolgde-uitkering blijft gehandhaafd.