ECLI:NL:CRVB:2010:BL8569
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vergoeding aanschaf auto wegens ontbreken medische noodzaak taxi
Appellant, gelijkgesteld met een vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, verzocht om vergoeding van de aanschafkosten van een auto. Eerder was een dergelijke aanvraag afgewezen omdat de voorziening niet medisch noodzakelijk of sociaal-medisch wenselijk werd geacht, en appellant gebruik kon maken van taxi's.
Appellant stelde dat er onvoldoende medisch onderzoek was gedaan en dat hij op basis van het beleid recht had op de voorziening, omdat de contra-indicatie uit 1999 niet meer bestond. Tevens gaf hij aan dat taxi-vervoer voor hem niet mogelijk zou zijn.
De Raad oordeelde dat het beleid sinds 2002 geldt en dat een vergoeding alleen wordt toegekend bij absolute verhindering om gebruik te maken van openbaar vervoer en taxi. Medische adviezen, waaronder een rapport van een medisch adviseur, toonden aan dat appellant beperkt is voor openbaar vervoer maar wel taxi kan gebruiken. Hoewel appellant niet tijdig op de hoogte werd gesteld van het medisch onderzoek, was hij niet in zijn procesbelangen geschaad. Het beroep werd ongegrond verklaard omdat appellant geen medische gegevens overlegde waaruit bleek dat taxi-vervoer onmogelijk is.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergoeding voor aanschaf van een auto wordt gehandhaafd.