ECLI:NL:CRVB:2010:BL8039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R. Kooper
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar bij intrekking bijstandsuitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant ontving bijstand sinds november 2005. Het College beëindigde de bijstand per 1 oktober 2006 en stuurde het besluit aan de gemachtigde van appellant. De gemachtigde bevestigde ontvangst en stelde appellant op de hoogte. Appellant diende het bezwaar ruim na de wettelijke termijn van zes weken in.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk en vernietigde het besluit van het College, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellant ging in hoger beroep tegen het standpunt dat de rechtsgevolgen in stand bleven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit correct was bekendgemaakt aan de gemachtigde en dat de bezwaartermijn op 14 november 2006 begon te lopen. Het bezwaar werd pas op 25 januari 2007 ontvangen, ruim na de termijn. Er was geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Daarom was het bezwaar ten onrechte ontvankelijk verklaard.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 1 mei 2007, en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellant in hoger beroep.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.