ECLI:NL:CRVB:2010:BL7956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na beoordeling medische belastbaarheid
Appellante heeft na afloop van de wettelijke wachttijd geen WIA-uitkering ontvangen en zich vervolgens ziek gemeld bij het UWV. Het UWV besloot haar geen ziekengeld toe te kennen vanaf 19 februari 2007. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en door de rechtbank Amsterdam ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de maatstaf voor de beoordeling van de aanspraak op ziekengeld in dit geval niet de laatst verrichte arbeid is, maar de functies die op grond van de Wet WIA als geschikt zijn aangemerkt. De medische toestand van appellante is vergeleken met haar belastbaarheid zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De bezwaarverzekeringsarts en behandelend specialisten, waaronder een internist, hebben onderbouwd dat appellante geschikt is voor de in het kader van de WIA geduide functies. De Raad vond de door appellante aangevoerde bezwaren onvoldoende onderbouwd om tot een ander oordeel te komen en bevestigde daarom het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en het ontbreken van recht op ziekengeld voor appellante.