ECLI:NL:CRVB:2010:BL7451
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij geschil vaste aanstelling ambtenaar
Betrokkene was aanvankelijk als uitzendkracht werkzaam bij het ministerie en werd later tijdelijk in dienst genomen. Zij verzocht om bevestiging dat haar tijdelijke aanstelling als vaste aanstelling moest worden beschouwd. De rechtbank oordeelde dat op grond van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) per 1 april 2007 een vaste aanstelling was ontstaan en vernietigde het besluit van weigering.
Verzoeker, het ministerie, stelde hoger beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank te schorsen. De voorzieningenrechter stelde vast dat betrokkene inmiddels een andere werkkring had en niet meer aandrong op een passende functie, waardoor het spoedeisend belang ontbrak.
Ook werd niet aannemelijk gemaakt dat de hervatting van salarisbetalingen onoverkomelijke financiële problemen zou veroorzaken. De voorzieningenrechter benadrukte dat de uitspraak voorlopig van aard is en niet leidt tot een definitieve beslissing. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd verzoeker veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.