ECLI:NL:CRVB:2010:BL7263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C. P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig metselaar, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding met rugklachten. Het UWV stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en weigerde de uitkering. Medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigden deze beoordeling, hoewel enkele functies vanwege handbelasting werden geschrapt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat er onvoldoende medische grond was voor een urenbeperking en dat de arbeidskundige bezwaren niet overtuigend waren. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen werden onderschat, met name op het gebied van koude, torderen en boven schouderhoogte werken.
De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de bezwaarverzekeringsarts de bezwaren had weerlegd. De arbeidskundige toelichting van november 2009 gaf een inzichtelijke verklaring waarom bepaalde functies waren vervallen en waarom de geschikte functies geen te grote handbelasting opleverden.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WIA-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.