ECLI:NL:CRVB:2010:BL6870

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-1886 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring van het verzet wegens niet tijdig betalen griffierecht en niet verschijnen zitting

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank, maar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellant deed hiertegen verzet en gaf aan financieel niet in staat te zijn het griffierecht te betalen en niet naar de zitting te kunnen komen vanwege een treinstremming.

De Raad heeft appellant vooraf een treinkaartje toegezonden en gewezen op alternatieve reisopties en de mogelijkheid om de gehele dag tot sluiting van de griffie aanwezig te zijn. Appellant kon echter niet verschijnen en nam ook geen contact meer op om zijn situatie nader toe te lichten.

Gezien het feit dat appellant niet tijdig heeft gemeld niet te kunnen betalen en niet is verschenen ondanks de geboden faciliteiten, oordeelt de Raad dat het verzet ongegrond moet worden verklaard conform vaste rechtspraak. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en het niet verschijnen op de zitting.

Uitspraak

09/1886 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 25 februari 2009, 08/4750, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Delft (hierna: College)
Datum uitspraak: 9 maart 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 23 september 2009 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 23 september 2009 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 8 maart 2010, waar partijen - het College met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 23 september 2009 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 15 juni 2009 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat hij niet beschikt over de financiële middelen om het griffierecht te kunnen betalen.
De Raad overweegt allereerst het volgende. Appellant heeft in het verzetschrift tevens vermeld dat hij niet in staat is een treinkaartje te bekostigen en dat het daarom voor hem onmogelijk is ter zitting te verschijnen. Naar aanleiding daarvan is hem schriftelijk bericht dat de Raad hem tijdig voor de zitting een treinkaartje zal toezenden, wat ook is gebeurd. Op de ochtend van de zitting heeft appellant de Raad telefonisch bericht dat hij als gevolg van een stremming tussen Rotterdam en Den Haag niet naar Utrecht kon reizen. Van de zijde van de Raad is appellant erop gewezen dat hij per tram van Delft naar Den Haag kon reizen om vandaar zijn reis per trein te vervolgen. Ook is hem medegedeeld dat hij de gehele dag, tot de sluiting van de griffie om 16.30 uur, kon verschijnen en dat zijn zaak dan alsnog zou worden behandeld. Appellant heeft daarop gezegd dat hij nog zou laten weten wat hij zou doen. Hij heeft echter niet opnieuw telefonisch contact opgenomen met de Raad. Gelet op deze gang van zaken, gevoegd bij het feit dat de website van NS Reizigers vermeldde dat voorzien was in vervangend busvervoer tussen Den Haag en Rotterdam en vervolgens - in de loop van de dag - dat de stremming voorbij was, heeft de Raad geen aanleiding gezien appellant in de gelegenheid te stellen op een latere datum alsnog ter zitting te verschijnen.
Aansluitend overweegt de Raad dat appellant niet vóór het verstrijken van de gestelde termijn aan de Raad kenbaar heeft gemaakt niet in staat te zijn het griffierecht te betalen, maar het heeft laten aankomen op een niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. In die omstandigheden dient volgens vaste rechtspraak van de Raad het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
RG