ECLI:NL:CRVB:2010:BL4412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft het medisch onderzoek van het UWV en de betrokken artsen, waaronder psychiater Hassing en bezwaarverzekeringsarts Hulst, beoordeeld. Uit de medische rapportages blijkt dat appellante lijdt aan een dysthyme stoornis en gegeneraliseerde angststoornis, maar dat zij in staat wordt geacht tot het verrichten van gestructureerd werk zonder urenbeperking. De Raad acht de medische beoordeling zorgvuldig en ziet geen aanleiding om de geschiktheid van appellante voor de geduide functies in twijfel te trekken.
De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank correct is en bevestigt deze. Er is geen grond om een nader medisch onderzoek te gelasten of om het besluit van het UWV te herzien. De intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.