ECLI:NL:CRVB:2010:BL4292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van der Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidskundige beoordeling
Appellant, een parttime boekverkoper, ontving sinds november 2003 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Het UWV herzag in 2006 zijn uitkering naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid na medisch en arbeidskundig onderzoek. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank onzorgvuldig was geweest, dat hij niet had mogen worden herbeoordeeld en dat zijn beperkingen waren onderschat. De Raad oordeelde dat de rechtbank geen procesfouten had gemaakt en dat het UWV bevoegd was tot herbeoordeling. Medische rapporten toonden aan dat de depressie van appellant in remissie was en de belastbaarheid was gestabiliseerd.
De Raad stelde echter vast dat de motivering van de arbeidskundige beoordeling pas in hoger beroep voldoende draagkrachtig was onderbouwd. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.