ECLI:NL:CRVB:2010:BL4240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering ondanks medische bezwaren
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering voort te zetten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard wegens een procedurele fout (verbod van gesplitste besluitvorming), maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten vanwege een juiste medische en arbeidskundige grondslag.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar medische beperkingen zijn onderschat en verzocht om een nader medisch onderzoek. Zij overlegde een brief van haar reumatoloog uit 2008, die echter betrekking had op een periode ruim na de datum van het besluit. De bezwaarverzekeringsarts had gemotiveerd aangegeven waarom geen urenbeperking was aangewezen en vond geen aanleiding tot meer beperkingen.
De Raad oordeelde dat de nieuwe medische informatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel dan de rechtbank en dat de arbeidskundige rapportages overtuigend waren. Er was geen reden om een nader medisch onderzoek te gelasten. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de voortzetting van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15-25% wordt bevestigd.