ECLI:NL:CRVB:2010:BL4007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand en langdurigheidstoeslag als alleenstaanden, maar woonden feitelijk samen en voerden een gezamenlijke huishouding. Het College ontdekte dit na onderzoek door de Sociale Recherche Fryslân, mede door een nihil waterverbruik op het adres van appellante.
Het College trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de teveel ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, stellende dat zij hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en de inlichtingenplicht hadden geschonden.
Appellanten voerden aan dat de gemeente op de hoogte was van hun situatie en dat terugvordering in strijd was met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. De Raad oordeelde dat de verklaringen van appellanten zelf en het onderzoek dit weerleggen. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen.
De grief dat de langdurigheidstoeslag niet correct was verrekend, werd verworpen omdat geen wettelijke verplichting tot verrekening bestaat. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van bijstand en terugvordering bevestigd.