ECLI:NL:CRVB:2010:BL3667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand over twee periodes, deels in de vorm van een renteloze lening vanwege zijn zelfstandige werkzaamheden. Na signalen van de Belastingdienst startte het College een onderzoek waaruit bleek dat appellant meerdere bankrekeningen had verzwegen en aanzienlijke transacties had verricht.
Het College trok de bijstand in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het bezwaarbesluit als primair besluit moest worden gezien en dat hij recht had op bijstand tot mei 1998, mede omdat de verzwegen rekeningen pas later waren geopend.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was het besluit te herzien en dat de wijziging van de wettelijke grondslag in bezwaar geoorloofd was. De Raad bevestigde dat appellant zijn inlichtingenverplichting ernstig had geschonden door bankrekeningen te verzwijgen en onvoldoende duidelijkheid te verschaffen. Een verdere matiging van het terug te vorderen bedrag was niet gerechtvaardigd.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.