ECLI:NL:CRVB:2010:BL2817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag psychische beperkingen
Appellant, werkzaam als schoonmaker, meldde zich ziek vanwege rugklachten en later ook psychische klachten. Na onderzoek door verzekeringsarts Nypels werd vastgesteld dat appellant beperkt was tot rugsparende, lichte werkzaamheden zonder stress en deadlines, vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Het UWV wees een WIA-uitkering af op basis van deze bevindingen. Appellant voerde bezwaar aan met aanvullende medische stukken, waaronder psychiatrische rapporten, maar weigerde mee te werken aan een voorgestelde psychiatrische expertise. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor ernstige psychiatrische stoornissen die tot meer beperkingen zouden leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat de medische grondslag van het UWV- besluit juist was en dat de weigering van appellant om mee te werken aan nader onderzoek het standpunt van appellant ondermijnde. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.