ECLI:NL:CRVB:2010:BL2808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid bij paniekstoornis
Appellante, voormalig apothekersassistente, ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Na een herbeoordeling in 2006 concludeerde een verzekeringsarts dat zij medisch gezien arbeid kon verrichten met beperkingen in psychische belastbaarheid, wat leidde tot intrekking van haar WAO-uitkering per 25 september 2006.
Appellante voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat haar lichamelijke en psychische klachten, waaronder angstgevoelens en depressiviteit, haar duurzaam ongeschikt maken voor fulltime arbeid. Zij stelde dat onvoldoende rekening is gehouden met haar klachten en verwees naar een diagnose PTSS en een expertise van een psycholoog.
De Raad overwoog dat de medische grondslag van het besluit zorgvuldig is vastgesteld en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) aansluiten bij de paniekstoornis met angstklachten. De rapportage van de psycholoog bevestigde de aanwezigheid van angstklachten, maar gaf geen aanleiding tot twijfel aan de belastbaarheid zoals vastgesteld door het UWV. Het voortzetten van een Ziektewetuitkering was praktisch van aard en niet medisch gemotiveerd.
De Raad concludeerde dat er geen reden is om de functies waarop de schatting is gebaseerd medisch ongeschikt te achten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens voldoende medische grondslag en passende functiebepaling.