ECLI:NL:CRVB:2010:BL0388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig productiemedewerkster, ontving een WAO-uitkering wegens fibromyalgie met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek in 2006 werd haar uitkering ingetrokken wegens het ontbreken van verlies aan verdienvermogen. Appellante voerde bezwaar aan met een brief van de bedrijfsarts en medische rapporten, maar deze toonden geen nieuwe medische feiten die een toename van haar beperkingen onderbouwden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij geen specifieke medische gegevens aanleverde die een toename van haar beperkingen op de datum in geding aannemelijk maakten. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat algemene beschouwingen over fibromyalgie onvoldoende zijn zonder concrete medische onderbouwing. Ook ziet de Raad geen aanleiding om een deskundige te benoemen.
Het hoger beroep van appellante wordt daarom verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand. Er worden geen proceskosten aan appellante opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens het ontbreken van een toename van de arbeidsongeschiktheid.