ECLI:NL:CRVB:2010:BL0385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig technisch medewerker, meldde zich arbeidsongeschikt vanwege rugklachten vanaf oktober 2003. Het UWV weigerde een WAO-uitkering omdat uit medisch en arbeidskundig onderzoek bleek dat appellant geschikt was voor lichte werkzaamheden. Een door de rechtbank ingeschakelde neurochirurg bevestigde deze bevindingen en oordeelde dat appellant geen zware rugbelastende werkzaamheden kon verrichten, maar wel geschikt was voor bepaalde functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees zijn stelling af dat hij niet mondeling zijn bezwaar mocht toelichten. De Raad onderschrijft dat oordeel en benadrukt dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige in beginsel gevolgd wordt. Ook de door appellant overgelegde latere stukken over een loongerelateerde WGA-uitkering veranderen dit niet.
De Raad concludeert dat appellant medisch geschikt is voor de geduide functies en bevestigt het bestreden besluit van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.