ECLI:NL:CRVB:2010:BL0073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging Ziektewetuitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewetuitkering te beëindigen vanwege het bereiken van de maximale uitkeringstermijn. Dit bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen verschoonbare reden was voor de termijnoverschrijding. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst erop dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gedurende de bezwaartermijn niet in staat was om een bezwaarschrift in te dienen.
Hoewel appellant telefonisch contact had met een beambte van het UWV, is niet gebleken dat hem schriftelijk bezwaar maken werd ontraden of dat hij niet in staat was om tijdig een bezwaarschrift in te dienen. Medische verklaringen, waaronder een brief van de huisarts en een rapport van de bezwaarverzekeringsarts, geven geen aanleiding tot het oordeel dat appellant gehandicapt was in zijn handelingsbekwaamheid gedurende de termijn. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Er worden geen proceskosten aan appellant toegekend. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 20 januari 2010.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het hoger beroep wordt afgewezen.