ECLI:NL:CRVB:2010:BK9391

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-388 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.M.A. van der Kolk-Severijns
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit WWB na intrekking trajectplan

Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Op 20 juli 2006 is aan appellant een verplichting opgelegd om een trajectplan te ondertekenen. Op 6 september 2006 is het bezwaar tegen dit besluit gegrond verklaard en het besluit ingetrokken.

Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 december 2008, waarin het beroep tegen het besluit van 6 september 2006 niet-ontvankelijk werd verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze niet-ontvankelijkverklaring, omdat appellant geen procesbelang heeft bij het beroep: het resultaat dat appellant nastreeft kan niet worden bereikt via dit beroep.

De conflicten die appellant heeft met derden, zoals een B.V. en een dienst, kunnen niet worden beslecht in het kader van dit beroep tegen het bestuursbesluit. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.M.A. van der Kolk-Severijns op 12 januari 2010.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 6 september 2006 wordt niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

Uitspraak

09/388 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant]l, wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 december 2008, 06/4832 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)
Datum uitspraak: 12 januari 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 1 december 2009, waar partijen - het College met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant ontvangt bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). Bij besluit van 20 juli 2006 is aan appellant de verplichting opgelegd zich te houden aan een opgesteld trajectplan dat is bijgevoegd en dat hij dient te ondertekenen.
1.2. Bij besluit van 6 september 2006 is het bezwaar tegen het besluit van 20 juli 2006 gegrond verklaard en is het besluit van 20 juli 2006 ingetrokken.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van
6 september 2006 niet-ontvankelijk verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad is van oordeel dat de rechtbank het beroep van appellant tegen het besluit van 6 september 2006 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Er is immers slechts sprake van voldoende procesbelang indien het resultaat dat de indiener van het beroepschrift met het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. De conflicten die appellant heeft met [naam B.V.] of de Dienst [naam dienst] kunnen niet worden beslecht door een uitspraak inzake het beroep van appellant tegen het besluit van 6 september 2006. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
5. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.M.A. van der Kolk-Severijns, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2010.
(get.) J.M.A. van der Kolk-Severijns.
(get.) R.L.G. Boot.
RB