ECLI:NL:CRVB:2010:BK8882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voorheen fulltime administratief medewerkster, meldde zich ziek wegens psychische klachten. Het UWV weigerde haar een WIA-uitkering toe te kennen omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de vastgestelde belastbaarheid juist.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar concentratieproblemen onvoldoende waren meegewogen, verwijzend naar een brief van haar psycholoog. De Raad oordeelde echter dat het bezwaarverzekeringsarts-rapport deze brief had betrokken en dat er geen aanwijzingen waren voor een concentratieprobleem, maar slechts voor problemen met informatieverwerking. De beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren waren passend vastgesteld.
Ook het arbeidskundige rapport gaf geen aanleiding om de geschiktheid van de geselecteerde functies in twijfel te trekken. Omdat appellante geen aanvullende medische informatie overlegde, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.