ECLI:NL:CRVB:2010:BK8852

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-3104 WWB + 08-3110 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.F. Bandringa
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door gemeente Haarlem

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem. Namens de betrokkenen werd een verweerschrift ingediend. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in. De betrokkenen verzochten daarop om een proceskostenveroordeling van appellant.

De Raad stelde vast dat het hoger beroep was ingetrokken en dat op grond van artikel 21a van de Beroepswet en artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een proceskostenveroordeling mogelijk is. De Raad bepaalde dat appellant de redelijke proceskosten van betrokkenen moest vergoeden, begroot op €322 voor verleende rechtsbijstand.

De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sprak de veroordeling uit. Betrokkenen konden zelf geen proceskosten vorderen omdat zij geen hoger beroep hadden ingesteld. De uitspraak werd gedaan door J.F. Bandringa op 6 januari 2010.

Uitkomst: De gemeente Haarlem wordt veroordeeld tot betaling van €322 aan proceskosten aan betrokkenen.

Uitspraak

08/3104 WWB
08/3110 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 10 april 2008, 08/24 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[betrokkenen], (hierna: betrokkenen)
en
appellant
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Namens betrokkenen heeft mr. R.G.S. Pennino, advocaat te Amsterdam, een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 9 maart 2009 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 21 april 2009 heeft mr. Pennino namens betrokkenen aan de Raad verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing vanartikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat betrokkenen een verzoek om veroordeling van appellant in de proceskosten van betrokkenen hebben gedaan.
De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkenen in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs hebben moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,-- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. Een veroordeling in de proceskosten van betrokkenen in beroep is niet mogelijk aangezien betrokkenen geen hoger beroep hebben ingesteld tegen de aangevallen uitspraak, waarbij geen proceskostenveroordeling is uitgesproken aangezien, zoals overwogen in rechtsoverweging 2.13, betrokkenen de nadere gegevens eerst in de beroepsprocedure hebben ingebracht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt appellant in de kosten van betrokkenen tot een bedrag van € 322,--, te betalen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2010.
(get.) J.F. Bandringa.
(get.) T. Hemelrijk-van den Oudenalder.
mm