ECLI:NL:CRVB:2010:BK8486
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering door het UWV, omdat hij meent in financiële nood te zijn geraakt. De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker aanvankelijk een WW-uitkering ontving na de intrekking, maar dat deze in september 2009 is geëindigd. Momenteel ontvangt verzoeker een bijstandsuitkering en wordt hij financieel ondersteund door zijn ouders.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door de intrekking van zijn WAO-uitkering in een onhoudbare financiële noodsituatie is gekomen. Dit wordt mede ondersteund doordat verzoeker een bijstandsuitkering ontvangt volgens de toepasselijke norm en hij geen schulden heeft. Er is geen zwaarwegend belang gebleken dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De voorzieningenrechter ziet ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 6 januari 2010.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de WAO-uitkering wordt afgewezen.