ECLI:NL:CRVB:2010:BK8432
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht autobezit
Appellant ontving bijstand sinds 1982 en werd onderzocht wegens het bezit van meerdere personenauto's die niet waren gemeld aan het College. Uit RDW-gegevens bleek dat tussen 2001 en 2006 60 kentekens op zijn naam stonden, vaak kortdurend en soms meerdere tegelijk. Het College trok daarop de bijstand in en vorderde kosten terug wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellant voerde aan dat hij niet wist dat hij melding moest maken en dat het om hobbymatig gebruik ging zonder noemenswaardige inkomsten. De Raad verwierp dit en stelde dat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat de transacties invloed hadden op de bijstand. Ook eerdere waarschuwingen door het College in 2002 en 2003 waren relevant.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was de bijstand over de betrokken perioden in te trekken en de kosten terug te vorderen. Het eerdere strafrechtelijke vrijspraak arrest deed hieraan geen afbreuk vanwege verschillen in rechtsvragen en procesrecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.