ECLI:NL:CRVB:2010:286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R. Kooper
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking bijstandsuitkering wegens vermeende niet-gemelde inkomsten arbeid
Appellant ontving algemene en bijzondere bijstand van januari 2001 tot juni 2003. Het College stelde op basis van gegevens van de Belastingdienst en UWV vast dat appellant tussen april en oktober 2002 inkomsten uit arbeid had genoten zonder dit te melden. Hierdoor werd de bijstand herzien en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat het College onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant daadwerkelijk inkomsten uit arbeid had genoten, omdat de gegevens van de Belastingdienst en het UWV niet overeenstemden en het College geen nadere onderzoek had verricht.
Hierdoor ontbrak een deugdelijke feitelijke grondslag voor de besluiten. De Raad vernietigde het besluit van 12 mei 2006 en herroept de primaire besluiten van 18 november 2005. Tevens veroordeelde de Raad het College tot betaling van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard en de besluiten tot herziening en intrekking van bijstand worden vernietigd.