ECLI:NL:CRVB:2009:BK9162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor slaapkamer wegens ontbreken noodzakelijkheid
Appellanten verzochten bijzondere bijstand voor de kosten van de inrichting van een slaapkamer. Het College van burgemeester en wethouders van Gouda wees de aanvraag af omdat de noodzakelijkheid van de kosten niet was aangetoond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat appellanten ten tijde van de aanvraag reeds beschikten over de slaapkamer waarvoor de bijstand was bedoeld. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat sprake was van noodzakelijke kosten in de zin van de Wet werk en bijstand (WWB). De Raad verwierp het verweer dat het gebruikelijk zou zijn eerst zelf in de kosten te voorzien alvorens bijstand te vragen, evenals het standpunt dat zij geen slaapkamer hadden, omdat dit niet aannemelijk was gemaakt.
Verder oordeelde de Raad dat er geen dringende redenen waren zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de WWB die toekenning van bijstand zouden rechtvaardigen. De Raad bevestigde daarom het oordeel van het College en de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor de slaapkamer wordt afgewezen wegens het ontbreken van noodzakelijke kosten en dringende redenen.