ECLI:NL:CRVB:2009:BK8727
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bruikleenauto wegens onvoldoende motivering
Appellante, een arbeidsgehandicapte werknemer die rolstoelafhankelijk is, heeft meerdere malen een aanvraag gedaan voor een bruikleenauto bij UWV, welke steeds is afgewezen met het argument dat vervoer per regiotaxi een goedkopere en adequate voorziening is. De rechtbank vernietigde eerder een besluit van UWV wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep stelt appellante dat de bruikleenauto de goedkoopste adequate voorziening is en beroept zich tevens op het gelijkheidsbeginsel.
De Raad overweegt dat de rechtbank de omvang van het geding niet juist heeft vastgesteld door niet te erkennen dat het hier gaat om een herhaalde aanvraag die inhoudelijk is behandeld. Hierdoor heeft de rechtbank ten onrechte het besluit op bezwaar vernietigd zonder zich te beperken tot de vraag of sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen.
De Raad stelt vast dat de nieuwe feiten die appellante aanvoert, zoals een brief van een revalidatiearts en de tariefverhoging van de regiotaxi, geen aanleiding geven tot herziening omdat de kosten van de bruikleenauto nog steeds hoger zijn. Het feit dat een collega wel een bruikleenauto heeft gekregen, leidt niet tot gelijke gevallen omdat de vervoersbehoefte verschilt. Wel is het besluit op bezwaar van 15 februari 2007 onvoldoende gemotiveerd, zodat dit besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het griffierecht wordt aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het besluit van UWV om de aanvraag voor een bruikleenauto af te wijzen wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.