ECLI:NL:CRVB:2009:BK8456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuursrechtelijke rechtsmiddelen tegen schadevergoeding vrijwillige AOW-verzekering
Appellante, woonachtig in België, was tot 1 januari 2000 verplicht verzekerd ingevolge de AOW en ANW. Na het vervallen van artikel 26 van Pro KB 746 bood de Sociale verzekeringsbank (Svb) haar de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering, welke zij niet aanvankelijk heeft benut.
Naar aanleiding van het arrest Van Pommeren-Bourgondiën (C-227/03) werd een regeling getroffen waardoor appellante alsnog vrijwillig kon verzekeren over de periode 2000 tot 2005. Zij vorderde vervolgens schadevergoeding wegens vermeend nadeel door het besluit van 11 oktober 2000, dat haar niet eerder vrijwillige verzekering bood.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ontvankelijk en vernietigde het bestreden besluit. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het besluit van 8 januari 2008 een zelfstandig schadebesluit is waartegen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen openstaan en dat de rechtbank dit ten onrechte heeft afgewezen.
De Raad toetst het besluit op onrechtmatigheid en stelt vast dat de voorwaarden voor vrijwillige verzekering voor appellante niet ongunstiger waren dan die voor verplichte verzekering. Appellante heeft dit standpunt niet betwist. Daarom is het besluit niet onrechtmatig en is de weigering tot schadevergoeding terecht.
De Raad verklaart het beroep ongegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellante in hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt bevestigd.