ECLI:NL:CRVB:2009:BK8415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding ondanks onrechtmatig huisbezoek
Appellant ontving bijstand en deze werd ingetrokken omdat hij een gezamenlijke huishouding zou voeren met een ander persoon, zonder dit te melden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de tijdens huisbezoeken verkregen informatie als bewijs kon dienen. Appellant stelde in hoger beroep dat het huisbezoek onrechtmatig was vanwege het ontbreken van informed consent, waardoor de verkregen informatie niet gebruikt mocht worden.
De Raad oordeelde dat het huisbezoek van 7 september 2005 onrechtmatig was en dat de informatie daarvan buiten beschouwing moest blijven. Echter, de verklaring die appellant op 13 september 2005 aflegde tijdens een nader onderzoek was wel toelaatbaar. Dit nader onderzoek kon ondanks het onrechtmatige huisbezoek worden gebruikt, omdat er geen reden was om aan te nemen dat het College onredelijk handelde.
De Raad beoordeelde dat appellant en de andere persoon een gezamenlijke huishouding voerden, omdat zij blijk gaven van wederzijdse zorg, zoals gezamenlijke aanschaf van huishoudelijke artikelen en hulp bij administratie. De intrekking van de bijstand, zowel algemene als bijzondere, werd daarom bevestigd. De proceskosten werden niet aan appellant opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd ondanks het onrechtmatig verkregen bewijs van het huisbezoek.