ECLI:NL:CRVB:2009:BK8393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning WGA-uitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid en maatmaninkomen
Appellant, arbeidsongeschikt sinds mei 2004 door postwhiplash syndroom, kreeg aanvankelijk geen WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% werd geacht. Na bezwaar kende het UWV hem een WGA-uitkering toe wegens 35-80% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betwistte appellant de medische beoordeling en de vaststelling van zijn maatmaninkomen, stellende dat hij zwaarder beperkt is en dat zijn toekomstige functie als zelfstandig duiker als maatmaninkomen had moeten gelden.
De Raad overwoog dat de medische beoordeling zorgvuldig was, gebaseerd op dossieronderzoek, eigen onderzoek en deskundigenrapporten, waarbij een depressie werd herzien tot een minder ernstige aanpassingstoornis. Er was geen reden voor een urenbeperking. De bezwaararbeidsdeskundige had de passende functies en het maatmaninkomen, gebaseerd op zijn functie bij Defensie, juist vastgesteld. Het door appellant aangevoerde toekomstperspectief als zelfstandig duiker was onvoldoende onderbouwd.
De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de toekenning van de WGA-uitkering gehandhaafd bleef. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door C.P.M. van de Kerkhof op 30 december 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de WGA-uitkering bevestigd.