ECLI:NL:CRVB:2009:BK8315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als orderverzamelaar, viel uit wegens schouderklachten na een bedrijfsongeval. Het UWV stelde vast dat appellant per 29 december 2006 niet recht had op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zijn schouderklachten en hyperventilatiesyndroom onvoldoende waren erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad vond de medische onderzoeken, waaronder een operatie en rapportages van verzekeringsartsen en orthopedisch chirurgen, zorgvuldig en voldoende onderbouwd. De beperkingen van appellant werden adequaat erkend en de functie van bezorger-chauffeur werd medisch geschikt geacht ondanks het hyperventilatiesyndroom.
De Raad concludeerde dat er geen objectieve medische aanwijzingen waren om het oordeel van het UWV te wijzigen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.