ECLI:NL:CRVB:2009:BK8292
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na beoordeling passendheid functies
Appellant, die sinds 1996 arbeidsongeschikt is verklaard vanwege knieklachten, kreeg een WAO-uitkering toegekend. Het UWV trok deze uitkering in 2005 in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. Na diverse procedures en herbeoordelingen, waaronder rapportages van bezwaararbeidsdeskundigen, bleef het UWV bij het besluit tot intrekking.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 14 augustus 2008 ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende inzicht had gegeven in de passendheid van de functies waarop de beoordeling was gebaseerd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de functies niet passend waren, maar dit betoog werd door de Raad als herhaling van eerdere argumenten beoordeeld.
De Raad overwoog specifiek dat het ophalen van een zak met stekjes in de functie van medewerker tuinbouw mogelijk is voor iemand met twee krukken, en dat appellant in overleg met collega’s beperkingen kan bespreken. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit standhoudt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.