ECLI:NL:CRVB:2009:BK8279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante is sinds 15 december 1998 arbeidsongeschikt verklaard vanwege recidiverende buikklachten en ontving een WAO-uitkering. Het UWV trok deze uitkering per 1 februari 2008 in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond op basis van een juiste medische en arbeidskundige beoordeling.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen door buikwandneuropathie, migraine, vermoeidheid en concentratieproblemen zwaarder waren dan aangenomen. Ook voerde zij aan dat zij niet aan het opleidingsniveau van bepaalde functies voldeed en interne opleidingen niet kon volgen vanwege examenvrees. De Raad oordeelde dat appellante geen medische stukken had overgelegd die een zwaardere beperking aantonen en dat het medicijngebruik geen zodanig verhoogd verzuimrisico oplevert dat tewerkstelling onredelijk is.
De Raad vond dat de geduide functies medisch en arbeidskundig passend zijn, dat appellante voldoet aan het vereiste opleidingsniveau (VMBO-niveau) en dat er geen mentale of cognitieve beperkingen zijn die het volgen van cursussen belemmeren. Het hoger beroep faalt en de intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante medisch en arbeidskundig geschikt is voor de geduide functies.