ECLI:NL:CRVB:2009:BK8242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na beëindiging dienstverband wegens psychische klachten
Appellante, werkzaam als verkoopster, meldde zich op 1 juni 2006 ziek vanwege psychische klachten. Na beëindiging van haar dienstverband per 30 september 2006 werd haar ziekengeld toegekend. Op 29 mei 2007 werd haar medegedeeld dat zij vanaf 5 juni 2007 geen recht meer had op ziekengeld omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor arbeid.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 10 september 2007 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond, waarbij zij vooral gewicht gaf aan de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts die milde spanningsklachten vaststelde.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en stelt dat het niet lichamelijk onderzoeken van appellante door de bezwaarverzekeringsarts niet onzorgvuldig is. Ook het rapport van het CVS/ME-Centrum Amsterdam uit november 2008 leidt niet tot een ander oordeel, omdat dit rapport niet ziet op de datum in geding. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 5 juni 2007.