ECLI:NL:CRVB:2009:BK8218

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-464 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • H. Bolt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens te laat betalen griffierecht ongegrond verklaard

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellant heeft hiertegen verzet aangetekend.

Tijdens de zitting op 6 november 2009 was appellant aanwezig, maar het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam verscheen niet. De Raad overwoog dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald, aangezien de aangetekende brief van 9 maart 2009 niet door appellant was afgehaald en het griffierecht pas op 27 april 2009 werd ontvangen.

Appellant voerde aan dat hij niet wist van de aangetekende brief, maar de Raad oordeelde dat volgens vaste rechtspraak het niet afhalen van een aangetekende brief voor rekening van de geadresseerde komt. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Het te laat betaalde griffierecht wordt terugbetaald en er worden geen kosten aan appellant opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.

Uitspraak

09/464 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 december 2008, 07/2646 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (hierna: College).
Datum uitspraak: 18 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 7 juli 2009 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 7 juli 2009 heeft appellant verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2009, waar appellant is verschenen en het College - met voorafgaand bericht - niet is verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 7 juli 2009 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij aangetekende brief van 9 maart 2009 - nader - gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Het griffierecht is op 27 april 2009, en daarom buiten de gestelde termijn, ontvangen.
Ter zitting heeft appellant aangevoerd dat hem niet bekend was dat de aangetekende brief van 9 maart 2009 hem was aangeboden en dat hij normaliter elk aangetekend stuk afhaalt.
In hetgeen appellant in het verzetschrift en ter zitting heeft aangevoerd heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 7 juli 2009 niet in stand behoort te blijven. Daartoe overweegt de Raad dat de brief van 9 maart 2009 bij de Raad is terug ontvangen met de mededeling van TNT Post “niet afgehaald”. Volgens vaste rechtspraak dienen de gevolgen van het niet afhalen of het weigeren van een aangetekende brief in beginsel voor rekening van de geadresseerde te blijven. Er is geen reden om daarover in dit geval anders te oordelen.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Het - te laat - betaalde griffierecht (€ 107,--) zal door de griffier van de Raad aan appellant worden terugbetaald.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2009.
(get.) H. Bolt.
(get.) R. Groothuis.
mm