ECLI:NL:CRVB:2009:BK7361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek indicatie Wsw wegens voldoende arbeidsvermogen buiten Wsw-doelgroep
Appellante verzocht om een indicatie op grond van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw), welke door de raad van bestuur werd afgewezen omdat zij niet tot de doelgroep van de Wsw behoort. De raad concludeerde dat appellante in staat is lichte uitvoerende werkzaamheden te verrichten die fysiek niet te zwaar zijn en zittend kunnen worden uitgevoerd in een normale werkomgeving.
In bezwaar en beroep stelde appellante dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen zoals duizeligheid, hoofdpijn en tintelingen, en dat zij niet lichamelijk was onderzocht door de GGD-artsen die een brief hierover hadden opgesteld. De Raad overwoog dat de bedrijfsarts en arbeidsdeskundige de beperkingen voldoende hadden betrokken bij hun beoordeling, mede op basis van medische codes en informatie uit de GGD-brief.
De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de bedrijfsarts te betwijfelen en oordeelde dat de klachten van appellante niet tot een andere conclusie leiden. Ook werd geen strijd met het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wsw-indicatie bevestigd.