ECLI:NL:CRVB:2009:BK7333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende communicatie tijdens ongeoorloofde afwezigheid leidt niet tot plichtsverzuim
Appellant was werkzaam als medewerker electro en was eind 2005 afwezig vanwege de zorg voor zijn moeder in het buitenland. Zijn verzoek om zorgverlof werd afgewezen, maar hij reisde toch af naar Dubai. De minister stelde hem vanaf 13 februari 2006 ongeoorloofd afwezig en legde later een disciplinaire maatregel op wegens plichtsverzuim door onvoldoende communicatie.
De rechtbank oordeelde dat plichtsverzuim pas bestond vanaf 12 april 2006 en dat de straf onevenredig was. Appellant ging in hoger beroep tegen het oordeel dat hij onvoldoende had gecommuniceerd. De Raad stelde vast dat appellant wel degelijk regelmatig contact zocht, maar dat de minister niet duidelijk communiceerde over de duur van het verlof en het verzoek om onbetaald verlof onbeantwoord liet.
De Raad concludeerde dat het verwijt van plichtsverzuim te ver gaat omdat ook de minister tekort is geschoten in haar communicatieplicht. Daarom vernietigde de Raad het disciplinaire besluit en veroordeelde de minister in de proceskosten.
Uitkomst: De disciplinaire maatregel wegens onvoldoende communicatie wordt vernietigd wegens tekortschietende communicatie door de werkgever.