ECLI:NL:CRVB:2009:BK7253

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4629 BPW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Raadskamer Wetten Buitengewoon Pensioen. Het beroepschrift werd na de wettelijke termijn ingediend. De gemachtigde van appellante gaf aan dat zij eerst stukken van verweerster wilde afwachten en dacht dat de termijn acht weken bedroeg.

De Raad oordeelt dat deze redenen onvoldoende zijn om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Er is geen bewijs dat de gemachtigde gedurende de gehele termijn niet in staat was om een beroepschrift in te dienen. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 december 2009. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

09/4629 BPW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet in verband met het beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raadskamer Wetten Buitengewoon Pensioen van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak:17 december 2009
I. PROCESVERLOOP
A.C.H. Gruyter, dochter van appellante, heeft als gemachtigde van appellante beroep ingesteld tegen verweersters besluit van 2 juli 2009, kenmerk BZ 2009-26 JZ/60/2009.
Dit besluit is bij schrijven van 2 juli 2009 aan appellante bekendgemaakt.
Het beroepschrift is op 19 augustus 2009 ter griffie ontvangen. Het is blijkens de poststempel op de enveloppe op 17 augustus 2009 ter post bezorgd.
II. OVERWEGINGEN
Volgens de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt het volgende:
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop het bestreden besluit door middel van toezending aan de belanghebbende is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Op grond van de in rubriek I vermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij schrijven van 9 september 2009 is aan de gemachtigde van appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
De gemachtigde van appellante heeft daarop bij brief van 26 september 2009 geantwoord dat zij, na telefonisch advies van verweerster, eerst de stukken van verweerster heeft afgewacht. Bij ontvangst van de stukken - 5 augustus 2009 - was de gemachtigde van appellante op reis. Zij heeft zo spoedig mogelijk gereageerd - dacht dat de beroepstermijn acht weken was - en vraagt om in ieder geval de zaak niet te laten afhangen van overschrijding van de beroepstermijn.
Hetgeen de gemachtigde van appellante ter zake heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De Raad overweegt daartoe dat niet is gebleken dat de gemachtigde van appellante gedurende de gehele beroepstermijn niet in staat is geweest om een, desnoods summier beroepschrift in te dienen.
Het beroep is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2009.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) P.N. Rijnsewijn.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
HD