ECLI:NL:CRVB:2009:BK7249

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4685 WUBO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.L.M.J. Stevens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij indienen bezwaarschrift

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar het beroepschrift is niet binnen de wettelijke termijn van zes weken ingediend. Hoewel appellant aanvoert dat hij wegens langdurige zorg voor zijn zieke moeder het aangetekende besluit niet tijdig heeft kunnen ontvangen, oordeelt de Raad dat dit geen verschoonbare reden is voor de termijnoverschrijding.

De Raad benadrukt dat het op de weg van appellant ligt om bij langdurige afwezigheid passende maatregelen te treffen om belangrijke poststukken te kunnen ontvangen en afhandelen. Hierdoor is appellant in verzuim geweest en is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.L.M.J. Stevens en griffier M. Koopman op 17 december 2009. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden gedaan bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van het beroepschrift zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

09/4685 WUBO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet in verband met het beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad
Datum uitspraak: 17 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen verweersters besluit van 28 mei 2009, kenmerk BZ 8562, JZ/A60/2009.
Dit besluit is bij aangetekend schrijven van 28 mei 2009 aan appellant bekendgemaakt. Nadat dit besluit retour was gekomen, heeft verweerster het besluit op 23 juli 2009 nogmaals aan appellant toegezonden .
Het beroepschrift is op 21 augustus 2009 ter griffie ontvangen.
II. OVERWEGINGEN
Volgens de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt het volgende:
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop het bestreden besluit door middel van toezending aan de belanghebbende is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Op grond van de in rubriek I vermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij schrijven van 9 september 2009 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
Appellant heeft daarop bij brief van 22 september (lees: 2009) - kort weergegeven - geantwoord dat hij het besluit pas op veel latere datum onder ogen heeft gekregen aangezien hij voor langere tijd bij zijn zieke moeder was om haar te verzorgen en dat hij daardoor het aangetekende stuk niet heeft kunnen afhalen.
Hetgeen appellant ter zake heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De Raad overweegt daartoe dat het op de weg van appellant ligt om indien hij voor langere tijd afwezig is, afdoende maatregelen te treffen om kennisneming en afhandeling van (belangrijke) poststukken tijdens zijn afwezigheid mogelijk te maken.
Het beroep is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van M. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2009.
(get.) G.L.M.J. Stevens.
(get.) M. Koopman.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
HD
7.12