Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BK7246

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-430 WUV + 09-431 WUBO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 8:75 AwbWet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV)Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar tegen afwijzing uitkeringen vervolgingsslachtoffer wegens termijnoverschrijding ontvankelijk verklaard

Appellante, erkend als vervolgde krachtens de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, diende een hernieuwde aanvraag in voor periodieke uitkeringen en voorzieningen. Verweersters wezen deze af wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit en het niet in verband staan van psychische klachten met vervolging.

Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar verweersters verklaarden deze niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn van zes weken volgens artikel 6:7 Awb Pro. De Raad stelde vast dat appellante via e-mailberichten tijdig bezwaar had gemaakt, ondanks een later telefoongesprek waarin zij aangaf nog bezwaar te willen maken, mede gelet op haar psychische toestand.

De Raad oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk is en dat verweersters de bezwaren inhoudelijk moeten heroverwegen. Tevens veroordeelde de Raad verweersters tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante.

Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en de afwijzende besluiten worden vernietigd wegens ontvankelijkheid van het bezwaar.

Uitspraak

09/430 WUV + 09/431 WUBO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
in de gedingen tussen:
[appellante] (hierna: appellante),
en
de Raadskamer WUV en de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweersters)
Datum uitspraak: 10 december 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft beroep ingesteld tegen door verweersters onder dagtekening 18 december 2008, kenmerken BZ 48116, JZ/E90/2008 en BZ 8753, JZ/E90/2008, ten aanzien van haar genomen besluiten ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUBO), verder: bestreden besluiten.
Verweersters hebben verweerschriften ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 november 2009. Appellante is verschenen en verweersters hebben zich laten vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Verweersters hebben bij besluiten van 6 juni 2003 erkend dat appellante, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de WUBO en haar erkend als vervolgde in de zin van de WUV. Hierbij zijn de aanvragen van appellante voor periodieke uitkeringen en een voorziening voor deelname aan het maatschappelijk verkeer afgewezen omdat geen sprake was van blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld, respectievelijk omdat de psychische klachten van appellante niet in verband staan met de vervolging maar door andere oorzaken zijn ontstaan.
1.2. Bij brief van 5 juni 2008 heeft appellante een hernieuwde aanvraag bij verweersters ingediend. Bij besluiten van 26 augustus 2008 hebben verweersters hierop afwijzend beslist. De door appellante tegen deze besluiten gemaakte bezwaren zijn bij de bestreden besluiten niet-ontvankelijk verklaard, op de grond dat de bezwaren zijn ingediend nadat de in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn van zes weken was overschreden en er geen redenen zijn om deze termijnoverschrijding te verontschuldigen.
2. De Raad overweegt als volgt.
2.1. Blijkens de gedingstukken heeft appellante bij e-mailberichten van 11 en 19 september 2008 gereageerd op de besluiten van verweersters van 26 augustus 2008. Uit de inhoud van die berichten blijkt duidelijk dat appellante bezwaar heeft tegen de afwijzende besluiten van verweersters en dat zij alsnog in aanmerking wenst te komen voor een uitkering. Hiermee is naar het oordeel van de Raad tijdig bezwaar gemaakt en daaraan doet niet af dat appellante in een telefoongesprek op 15 oktober 2008 desgevraagd heeft aangegeven nog in bezwaar te willen gaan. Dit geldt in dit geval temeer, gezien de psychische toestand waarin appellante toen verkeerde, zoals ook bij verweersters, bekend was.
2.2. Gezien het vorenstaande treft het beroep van appellante doel en dienen de bezwaren van appellante alsnog ontvankelijk te worden verklaard. Verweersters zullen opnieuw en thans inhoudelijk op de bezwaren van appellante moeten beslissen.
3. De Raad acht ten slotte termen aanwezig om verweersters met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb te veroordelen in de proceskosten van appellante, welke worden begroot op € 21,22 aan reiskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep gegrond;
Vernietigt de bestreden besluiten;
Draagt verweersters op nieuwe besluiten op de bezwaren van appellante te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
Veroordeelt verweersters in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 21,22;
Bepaalt dat verweersters aan appellante het griffierecht van twee maal € 35,- vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van B.E. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 december 2009.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) B.E. Giesen.
HD