ECLI:NL:CRVB:2009:BK7242
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek weduwe-uitkering op grond van Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad om haar aanvraag voor een periodieke uitkering als weduwe af te wijzen. De overledene, betrokkene, was erkend als burger-oorlogsslachtoffer vanwege psychische invaliditeit, maar was ten tijde van zijn overlijden niet in het genot van een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
De Raad overwoog dat betrokkene zijn werkzaamheden in 1987 niet had beëindigd vanwege oorlogsletsel en dat het overlijden niet toe te schrijven was aan oorlogsletsel. Dit oordeel werd ondersteund door medische adviezen van geneeskundig adviseurs. Hierdoor voldeed appellante niet aan de voorwaarden voor een nabestaandenuitkering zoals genoemd in artikel 7 van Pro de Wet.
Appellante stelde ter zitting dat destijds onvoldoende rekening was gehouden met de psychische toestand van betrokkene, maar dit leidde niet tot een ander oordeel. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door A. Beuker-Tilstra op 10 december 2009.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een periodieke uitkering als weduwe wordt afgewezen.