ECLI:NL:CRVB:2009:BK7239
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tegemoetkoming verhuis- en herinrichtingskosten na verhuizing naar Israël
Appellante, geboren in 1938 en vervolgd in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, heeft in juni 2008 een aanvraag ingediend voor vergoeding van verhuis- en herinrichtingskosten vanwege haar verhuizing van Nederland naar Israël in december 2007. Zij gaf aan te lijden aan nachtmerries en hoofdpijnen en verhuisde vanwege het warme klimaat om minder last te hebben van reumatische pijnen.
Verweerster wees de aanvraag af omdat de verhuizing niet medisch noodzakelijk of medisch-sociaal wenselijk was in verband met de uit de vervolging voortvloeiende klachten. Appellante voerde in beroep aan dat de aanvraag pas na verhuizing werd gedaan en dat de verhuizing niet verband hield met haar reumatische klachten, hoewel hoofdpijnklachten bleven bestaan.
De Raad oordeelde dat verweerster op goede gronden heeft vastgesteld dat er geen strikt medische indicatie was die verband hield met de psychische en hoofdpijnklachten voortvloeiend uit vervolging. Verweerster hanteert een beleid waarbij een combinatie van niet-causale klachten die de verhuizing noodzakelijk maken en causale klachten die de verhuizing wenselijk maken, een tegemoetkoming rechtvaardigt. Dit was in het geval van appellante niet het geval.
De Raad zag geen bijzondere omstandigheden die aanleiding zouden geven om van dit beleid af te wijken en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in verhuis- en herinrichtingskosten bevestigd.