ECLI:NL:CRVB:2009:BK7205
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag weduwe-uitkering wegens ontbreken bewijs vervolging
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering als weduwe van betrokkene, die volgens haar tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië als krijgsgevangene was geïnterneerd en mishandeling had ondergaan. Verweerster heeft deze aanvraag afgewezen omdat niet is aangetoond dat betrokkene vervolging in de zin van de Wet heeft ondergaan.
De Raad heeft vastgesteld dat er geen objectieve gegevens zijn die de krijgsgevangenschap van betrokkene bevestigen. Archieven van pensioenstichtingen en het Bandung-archief bevatten geen relevante informatie. De verklaring van de broer van betrokkene, gebaseerd op verhalen van betrokkene zelf, wordt niet als voldoende bewijs erkend.
Daarom oordeelt de Raad dat het bestreden besluit terecht is genomen en dat appellante niet in aanmerking komt voor de uitkering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een periodieke weduwe-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs van vervolging.