ECLI:NL:CRVB:2009:BK7013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante, werkzaam als verzorgende-B, kreeg in 2002 een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2006 werd haar uitkering ingetrokken na een herbeoordeling door het UWV, die stelde dat zij lichte arbeid kon verrichten en haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Appellante maakte bezwaar, ondersteund door een reumatoloog, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank onderschreef de medische en arbeidskundige basis van het besluit. In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische gegevens onvoldoende aanknopingspunten boden voor meer beperkingen dan door het UWV aangenomen. De bezwaarverzekeringsarts motiveerde waarom geen extra beperkingen op sociaal en persoonlijk vlak nodig waren.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd als voldoende deugdelijk beschouwd. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.