ECLI:NL:CRVB:2009:BK6994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, geboren in 1957, kreeg een WAO-uitkering wegens rug- en beenklachten. Na herbeoordelingen in 2006 en 2007 door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen werd geconcludeerd dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk en de mate van arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 15%. De uitkering werd per 7 februari 2007 ingetrokken. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat een psychiatrische expertise ontbrak.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de maatmanfunctie passend was. In hoger beroep bevestigt de Raad deze uitspraken, wijst op het ontbreken van nieuwe medische gegevens die twijfel zouden kunnen zaaien over de juistheid van de medische beoordeling en onderschrijft het oordeel dat de maatmanfunctie geschikt is voor appellant.
De Raad overweegt verder dat de uitlooptermijn van twee maanden bij intrekking van de uitkering correct is toegepast. De Raad ziet geen gronden om af te wijken van de eerdere beslissingen en bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering op basis van een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling.